<

Sluis

Sluis

Ontdek in het uiterste zuidwesten van Nederland, vlak aan de Belgische grens, een uniek stukje Nederland: Sluis. Sluis staat bekend als een gemoedelijk en sfeervol winkelstadje. Deze oude vestingstad heeft een rijke historie en een Bourgondische sfeer. Het rijke verleden in combinatie met de vele winkels, restaurants en cafés zorgen voor een enorme aantrekkingskracht. De keus is enorm.

Sluis

Het middeleeuws vestingstadje Sluis trekt jaarlijks ca. vijf miljoen bezoekers. Veel dagjesmensen komen voor het gezellige centrum wat binnen de stadswallen ligt. Sluis heeft echter ook een rijke historie, overal komt de bezoeker herinneringen aan vroeger tegen.

Winkelen

Sluis

Een gezellige dag winkelen in een charmant vestingstadje, wie beleeft daar geen plezier aan? De Bourgondische levensinstelling is duidelijk voelbaar in dit plaatsje vlak bij de Belgische grens. In de zomer, wanneer veel toeristen aan de Zeeuws-Vlaamse kust verblijven, trekt het stadje een groot aantal dagjesmensen. Heel bijzonder in Nederland en België is het feit dat de winkels (al honderd jaar) ook op zon- en feestdagen geopend zijn. Slechts twee keer per jaar sluiten de ondernemers hun deuren, en dat is op eerste kerstdag en op nieuwjaarsdag.

Sluis

Ook als het om gezellig tafelen gaat, heeft Sluis een reputatie hoog te houden. Het aanbod is dan ook heel divers, van snackbar tot sterrenrestaurants. Meer dan hondervijftig winkels, 45 restaurants en cafés geven een karakteristieke sfeer en ambiance die men alleen in Sluis aantreft. Op vrijdag is het marktdag.

Daarom heeft Sluis, ondanks zijn geringe aantal inwoners, een groot winkelbestand. Sluis is in Zeeland de winkelstad met het grootste aantal meters hoofdwinkelstraat. Het stadje, dat slechts een kleine twee kilometer van de grens ligt, kent nog steeds een druk kooptoerisme vanuit België.

Geschiedenis

Sluis, gelegen op de linkeroever van het Zwin, ontwikkeld zich in de dertiende eeuw als voorhaven van de machtige handelsstad Brugge. Toen de bovenloop van Het Zwin verzandde bleef het stadje alleen nog maar bereikbaar voor de handelsschepen. Aan de het einde van de vijftiende eeuw wordt ook de monding van Het Zwin onbevaarbaar en verloor Sluis aan betekenis. In 1394 werd op last van de graaf van Vlaanderen een begin gemaakt met de aanleg van wallen, poorten, grachten en een kasteel van waaruit de scheepvaart op Het Zwin werd gecontroleerd. Het kasteel werd in 1794 door de Fransen verwoest en in 1820, tezamen met een groot deel van de stadsmuur, gesloopt. De restanten van drie stadspoorten, de Stenen Beer of Westpoort (1456), de Oostpoort (1432) en de Zuidpoort (1399), zijn bewaard gebleven. In 1702 wedt de vesting gemoderniseerd en werden er bastions, courtines en ravijnen toegevoegd.

Belfort

Aan de Groote Markt staat de grootste blikvanger van Sluis. Het stadhuis dat als enige in Nederland is voorzien van een belfort, een versterkte toren met vier hoektorentjes. Het stadhuis werd als symbool gebouwd naar het voorbeeld van de belforten in Gent en Brugge. Zo’n stadhuistoren vormde in de Middeleeuwen het symbool van de Vlaamse stedelijke onafhankelijkheid. Het is gebouwd in 1375 en achttien jaar later voor het eerst verwoest. Maar niet voor het laatst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het stadhuis echter zwaar beschadigd maar in 1960 weer in oorspronkelijke staat in gebruik genomen.

Het prachtige interieur van de Raadszaal (o.a. houtsnijwerken, wandtapijt en schilderijen) is zeker een bezoek waard. De raadzaal wordt afgesloten door een fraai achttiende eeuwse smeedijzeren hek dat afkomstig is uit het stadhuis van Middelburg. Langs de wanden hangen schilderijen en een wandkleed (1960). Tevens kun je de Belforttoren (142 treden) beklimmen. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht over het (Zeeuws) Vlaamse landschap.

Van Dale

Van Dale

Op het Walplein staat onder lindebomen de buste van Johan Hendrik van Dale (1828 - 1872), ‘geschiedvorser en taalkundige’. Sluis is de geboortestad van de heer van Dale, de samensteller van het eerste Groot Woordenboek der Nederlandse Taal. Als onderwijzer en stadsarchivaris legde hij zich toe op het schrijven van schoolboeken en artikelen.

Vanaf 1870 tot zijn dood - hij was tot de Y gevorderd - bewerkte hij het Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal, dat later bekend werd als de Dikke van Dale.